De kroniek van een aangekondigde dood

pictoCarteBlanche

Een hele week lang trokken écolo j en Jong Groen rond in de Westelijke Jordaanoever. Daar schrokken we enorm van de ongelijkheid in het hele conflict tussen Israël en Palestina. Of zeg maar gerust: kolonisatie van Palestina door Israël.

Het is vrijdagochtend. In de verte horen we een minaret oproepen tot het vrijdaggebed. We zien de muur met erachter een grote nederzetting en nauwelijks enkele honderden meters ernaast een nieuwe in opbouw. Duidelijk met dezelfde ambities als zijn grote broer.

We zijn in Bi’lin

Een van de vele Palestijnse dorpjes waar de muur een kronkel maakt en zo buiten de afgesproken Green Line kleurt. We maken ons klaar voor de betoging. Al vele jaren proberen de mensen van het dorp op deze manier hun land terug te krijgen. Terwijl we de muur naderen zien we ook het grote machtsvertoon van het Israëlisch leger. Een grote legertank met enorme traangasgranaten en soldaten wachten ons op. Daartegenover staan wij dus, een groep van een dertigtal mensen met alleen Palestijnse vlaggen en onze stem. Dit zijn zichtbare ongelijkheden tussen de Israëli’s en de Palestijnen: lifebullets versus stenen en enorme traangasgranaten versus onze stem. Het is net die ongelijkheden dat ons aangezet hebben om mee te lopen met de inwoners van Bi’lin. We zijn het beu.

Elke dag van onze trip leerden we meer over het apartheidssysteem dat de Israëlische staat in de bezette Palestijnse gebieden toepast

Iedereen heeft de mond vol van de Oslo akkoorden uit de jaren ‘90, maar wist u dat deze maar 5 jaar geldig waren ? Toch is er in het grootste deel van de Westelijke Jordaanoever nog steeds Israëlische politie en leger aanwezig. En dit wordt elke dag zelfs meer, terwijl Oslo net het omgekeerde beloofde.

Tijd voor actie

Elke dag van onze reis zagen we wat voor een geweldige verzetsmensen de Palestijnen waren. To exist is to resist. Eén van de manieren voor verzet is boycott, divestment en sanction. Deze bewegint roept op tot het boycotten van Israël en Israëlische/internationale bedrijven die mee de rechten van de Palestijnen schenden. Ook vraagt ze te desinvesteren uit diezelfde bedrijven en de overheden die samenwerken met Israël te sanctioneren.

Voor ons is het simpel: tijd voor BDS !

Stefanie De Bock

Woordenschat

  • aangekondigde dood : mort annoncée
  • nederzetting : colonie
  • de betoging : la manifestation
  • machtsvertoon : démonstration de force
  • de mond vol van : parler beaucoup de
  • geweldige verzetsmensen : grande résistance

Michaël Horevoets

Retrouve ici le texte en français !

Het recht om eigen genderidentiteit te ontwikkelen

pictoCarteBlanche

We hebben ook ons best moeten doen om een genderneutrale fiets te vinden.” Het was een reactie bij een tekst die onlangs gedeeld werd op Facebook. In de tekst uitte een oud-journalist zijn verontwaardiging over een fabrikant die twee soorten zeep verkoopt. Eén voor ‘de allerliefste prinsesjes met een zachte geur’ en één voor ‘stoere jongens, na een dag vol avonturen’. Een fiets waarmee alle kinderen kunnen rijden of een zeep waarmee je alle kinderen kunt wassen, ho maar !

Nochtans is de laatste jaren het bewustzijn gegroeid dat gender geen strikt onderscheid is tussen vrouw-zijn enerzijds en man-zijn anderzijds. We beseffen steeds meer dat het om een breed en fijnmazig continuüm gaat tussen twee archetypische beelden. Mensen bevinden zich zelden aan de uiteinden van dat continuüm maar ergens tussen de twee uitersten in. Daarbij komt dat de plek waar iemand zich op de lange lijn tussen het oervrouwelijke en -mannelijke positioneert niet vaststaand is. Of we ons meer man of vrouw voelen fluctueert afhankelijk van heel wat factoren.

Wat in een vrije 21ste eeuwse samenleving vooral telt, is dat iedereen op elk moment moet kunnen kiezen of hij zich vrouw, man of één van de rijke identiteiten daartussenin voelt. Het voor mensen mogelijk maken om daarin hun eigen weg te zoeken, begint van bij de geboorte. Een steeds groter wordende groep ouders is daar bewust mee bezig en wil hun kinderen alle kansen bieden om hun eigen genderidentiteit te ontwikkelen. Alleen blijken producenten mijlenver achterop te hinken.

Antwoord van de oud-journalist: “Meneer of mevrouw de fabrikant, schaamt u zich niet? Dat u die seksistische blabla, die uw marketeers u blijkbaar in het oor hebben gefluisterd, klakkeloos hebt goedgekeurd?” Je zou van hedendaagse producenten inderdaad verwachten dat ze eigentijdse producten aanbieden en hun verantwoordelijkheid opnemen. En als dat laatste te veel gevraagd is, dat ze tenminste inspelen op een vraag van vele ouders naar genderneutrale spullen. Niet iedereen is op zoek naar babypakjes waar ofwel roze bloemen ofwel blauwe auto’s op afgebeeld staan.

Door het tekort aan genderneutrale kinderspullen, schotelen we kinderen (vaak onbewust) het traditionele beeld van twee strikt gescheiden sporen voor: ofwel ben je een vrouw ofwel een man. Daarmee ontzeg je hen de kans om zelf op zoek te gaan naar de genderidentiteit waar zij zich goed bij voelen en om te ontdekken dat die fluïde is. Een grote fout, want net dat is één van de voorwaarden om uit te groeien tot zelfbewuste en gelukkige jongeren.

Caroline Robberechts

Bron: BAVO, C. (22 mei 2017). Middagjournaal. ‘Ik heb het gisteren voor het eerst gehoord en ben er nog niet goed van’. Geraadpleegd via radio1.be

Woordenschat

  • Enerzijds…. en anderzijds : d’une part… et d’autre part
  • breed en fijnmazig : large et dense
  • vaststaand : fixé
  • klakkeloos : aveuglément
  • tekort : manque, pénurie
  • spullen : affaires, choses, trucs
  • schotelen : offrir, servir
  • zelfbewuste : confiant, qui a confiance en soi

Michaël Horevoets

Les enfants de Charlemagne : une école alternative aux valeurs humaines

pictoCarteBlancheEn septembre 2016 s’est ouverte notre petite école privée à Watermael-Boitsfort (Bruxelles) dont le projet s’attache autant à la pédagogie active qu’à la qualité des relations humaines en faisant la part belle à l’écoute et à la communication bienveillante.

Nous avons placé l’être humain au cœur de notre démarche, car nous pensons que développer la confiance en soi des enfants, leurs capacités d’écoute, de communication et de collaboration leur permettra d’être des acteurs engagés de la société de demain. Notre projet s’écarte du système traditionnel, non pour rester en marge de celui-ci, mais pour pouvoir l’appréhender avec le recul nécessaire et y apporter des solutions sociétales et environnementales durables.

Les enfants répartis en petits groupes d’âges mixtes évoluent chacun à leur rythme dans leurs apprentissages. Cela passe par la mise en place de pratiques pédagogiques qui favorisent leur autonomie et permettent de développer leurs potentiels. L’enseignant offre à chaque enfant des exercices personnalisés ; il ne transmet pas le savoir, mais aide les élèves à l’acquérir par eux-mêmes, dans une ambiance respectueuse des uns et des autres. Nos sources d’inspiration sont Freinet, Montessori, Decroly et bien d’autres encore, mais nous n’avons pas souhaité nous rattacher dogmatiquement à l’un ou l’autre de ces novateurs en éducation, car nous estimons qu’aucune pédagogie, aussi belle soit-elle, ne peut correspondre à tous les enfants. Nous nous adaptons aux besoins de chacun et la pluralité de cette approche permet à chaque enfant d’évoluer de façon unique et personnelle.

Dans cette démarche où nous avons souhaité replacer l’enfant au centre de notre attention, nous nous remettons constamment en question et collaborons activement avec les parents et divers intervenants extérieurs. Nous avons l’espoir et le désir de former de futurs adultes qui pourront, au-delà de nos murs, avoir un impact positif sur la société. Nous souhaitons former une génération de citoyens engagés, conscients d’eux-mêmes, des autres et du monde qui les entoure et, surtout, confiants dans le rôle qu’ils ont à y jouer. La communication bienveillante est le terrain fertile sur lequel nous semons les graines de la non-violence, du respect de soi et des autres. Nous nous attachons donc à développer l’empathie au sein de notre démarche éducationnelle : celle des adultes envers les enfants, indispensable modèle des relations humaines, et bien entendu celle des enfants les uns envers les autres, indispensable pour un vivre ensemble scolaire. La mixité des âges au sein de la classe est, en ce sens, une expérience tout à fait positive d’entraide et de respect mutuels.

Nous sommes convaincus que le bien-être des élèves à l’école est primordial et influe directement sur leur intérêt, leur motivation et leur enthousiasme face aux apprentissages. Quand les enfants se sentent respectés par les adultes et par les autres élèves, tant dans leur individualité que dans leur rythme de travail, aller à l’école se révèle un plaisir de chaque jour. Soucieux du futur de nos enfants, nous gardons toujours à l’esprit que c’est maintenant, au présent, qu’il se construit. Arun Gandhi disait que le monde était ce que nous en avions fait : s’il est impitoyable aujourd’hui, c’est que nous l’avons rendu tel par nos attitudes. Si nous nous changeons nous-mêmes, alors nous pouvons changer le monde.

Jessica Bourseaux
Directrice des Enfants de Charlemagne
www.vivelavieasbl.be

 

Van leRensbelang, een participatief traject naar nieuwek eindtermen

pictoCarteBlancheEen onderwijshervorming, de politieke wereld spreekt er al jaren over. Minister van onderwijs Hilde Crevits (CD&V) opende begin 2016 het langverwachte debat hierover.

De richting werd bepaald door de volgende vier centrale vragen: Wat moet elke jongere op school…

1) leren om deel te nemen aan de maatschappij van morgen ?
2) leren om zich persoonlijk te ontwikkelen ?
3) leren om later aan het werk te kunnen ?
4) meekrijgen om levenslang verder te kunnen leren ?

‘Van LeRensbelang’ was geboren, een mooi staaltje participatie in drie fasen.

Fase 1:

« de 50 dagen van het onderwijs ». Het opzet was om zo veel mogelijk ideeën rond de vier vragen te verzamelen bij een zo groot mogelijke groep van burgers en organisaties.

Fase 2:

een « nacht van het onderwijs » per provincie, die telkens volgens hetzelfde stramien verliep: de resultaten van de eerste fase werden beknopt voorgesteld in 14 clusters die essentieel zijn voor jongeren om op school te leren en dan vond een reflectie op deze resultaten plaats in groepen om één cluster kritisch te bekijken.

Fase 3:

het Onderwijsfestival, de feestelijke afsluiter van het hele traject. Er werd gekozen voor een festivalconcept waarbij deelnemers hun eigen programma konden samenstellen (panelgesprekken, speeddating met parlementsleden…).

Wat leert ‘Van leRensbelang’ ons ?
Veruit iedereen is het eens over de kwalificerende functie (kennis en vaardigheden ontwikkelen) van het onderwijs, maar de subjectiverende en socialiserende functie leveren heel wat meer discussie op. Jongeren dromen van een school die hen ook begeleidt om tot evenwichtige volwassenen uit te groeien, die met kennis van zaken en met respect voor de ander in de wereld staan.

In de toekomst
Met al de informatie die ‘Van LeRensbelang’ opleverde, kunnen beleidsmakers de eindtermen goed herdefiniëren. Er is enkel verzameld wat volgens burgers van lerensbelang is, maar een evaluatie van de huidige eindtermen ontbreekt. Er werd alleen gefocust op het wat en niet op het hoe terwijl de vorm vaak van cruciaal belang is. Er gebeurt op scholen al heel veel rond de 14 clusters. Hoog tijd om al deze projecten aan te kaarten, te evalueren en uit te wisselen.

Caroline Robberechts

Woordenschat

  • Van LeRensbelang : Jeu de mots avec van levensbelang (d’importance vitale), leren signifiant apprendre
  • Eindtermen : Objectifs finaux
  • Onderwijshervorming : Réforme de l’enseignement
  • Staaltje : Échantillon, exemple
  • Clusters : Groupe
  • Beleidsmakers : Décideurs politiques

Lucas Bernaerts

Food for Thought, voeding om je tanden op stuk te bijten

pictoCarteBlancheHet jaarthema van Jong Groen is dagelijkse kost voor iedereen: ‘Food for Thought – naar een nieuw voedselsysteem’. De eerste drie activiteiten leidden tot heel wat inspirerende, maar ook verwarrende gedachten. Tijd om ze in een hapklaar dossier te ordenen !

Op 12 november gingen de woordvoerster van Boerenbond en de directrice van BioForum met elkaar in debat. Ze waren het erover eens dat het huidige landbouwsysteem aan een grondige verandering toe is, maar op sommige punten was het water nog te diep.

Vervolgens was er op 19 december een themadag in Kortrijk met verschillende sprekers: een vrijwilligster van De Landgenoten, een verantwoordelijke van Foodact, bioboer Thierry Baucarne en Sam Magnus, jonge witloofboer en voorzitter van de Groene Kring.

Ten slotte voerde Jong Groen op 28 december in zeven Vlaamse steden actie met de slogan “Boeren verdienen beter!” Mensen op straat mochten raden hoeveel winst boeren maken. Dat landbouwproducten vaak met verlies worden verkocht, was voor het publiek een eyeopener.

Jong Groen is duidelijk voorbereid op het congres ‘Food for Thought’ op zaterdag 30 april. Kom jij ook? Voed dan eerst je gedachten rond vijf aspecten van ons voedsel !

Oh oh ik heb zorgen
De lijst met problemen in ons huidig voedselsysteem is ellenlang. Vooreerst zijn er steeds meer boeren die de ‘schop’ over de haag gooien: gemiddeld verdwijnen in België 25 boerderijen per week. In vergelijking met tien jaar geleden telt Vlaanderen 39% minder landbouwbedrijven. De kans bestaat dat er in 2030 geen landbouwbedrijven in België meer zijn, afgezien van grootschalige organisaties waarin het contact tussen de landbouwer en de consument onbestaande is. De redenen om de boerenstiel vaarwel te zeggen zijn begrijpelijk. Boeren maken amper winst met hun groenten, fruit, vlees, granen … soms verkopen ze zelfs met verlies.

Die precaire financiële situatie van landbouwbedrijven is deels te verklaren door de bikkelharde concurrentiestrijd van supermarkten om de laagste prijs. Een tweede verklaring is het problematische lock-in systeem. Alle radartjes in het productie- en verkoopproces zijn strikt op mekaar afgestemd. Een landbouwer heeft amper de keuzevrijheid om daarvan af te wijken. Een voorbeeld hiervan is het Belgisch witblauw, een ras van vleeskoeien dat gekweekt wordt om superdik te worden. De meeste slagers kunnen geen ander vlees meer verwerken, waardoor alternatieve rassen niet meer worden gekweekt.

Het enthousiasme van Belgen die toch staan te popelen om te beginnen boeren, wordt bij aanvang al getemperd. Het is aartsmoeilijk om aan grond te geraken, landbouwgrond is immers schaars en duur. Weinig boeren hebben voldoende startkapitaal om grond te kopen. De beste oplossing? Zorgen dat je familieleden hebt die aan landbouw doen.

Een volgend heikel punt is overproductie. Het oorspronkelijke idee van “Nooit meer honger” was vlak na de Tweede Wereldoorlog begrijpelijk. Het heeft echter overproductie in de hand gewerkt, boeren produceren nu meer dan ze verkopen. Bovendien gooien supermarkten en gezinnen veel eetbare overschotten weg. Absurd als je weet dat sommige mensen elke cent die naar eten gaat, twee keer moeten omdraaien.

Een laatste probleem is de zware druk die de landbouw uitoefent op het leefmilieu. Door op de foute manier om te gaan met onze landbouwgronden, putten we de bodems volledig uit. Bovendien zijn de concentraties van bestrijdingsmiddelen in bodems en op gewassen te hoog. Deze chemische middelen zijn enorm schadelijk voor het milieu en de mens. De gezondheid van de boer lijdt daar trouwens het meest onder.

Fairtrade, ook voor onze boeren
Er is een groeiende groep consumenten die wel belang hecht aan een eerlijke prijs voor de boer. Deze ‘eerlijke prijs’ betekent dat de landbouwer voldoende winst maakt met de verkoop van zijn producten om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Maar tussen dromen en daden staat de werkelijkheid. 90% van onze aankopen gebeurt in supermarkten. En daar zit het probleem. Om hun klanten toch maar de laatste prijs aan te bieden, zetten supermarkten landbouwers onder druk om hun waren met verlies te verkopen. Boeren zijn prijsnemers geworden. De prijs die de supermarkten voorstellen is te nemen of te laten. Als een boer niet akkoord gaat met de voorgestelde prijs, vinden supermarkten hetzelfde product makkelijk ergens anders.

De oplossing lijkt voor de hand liggend: rechtstreeks bij de boer kopen. Korte ketenverkoop van landbouwproducten is in opmars. Sommige boerderijen hebben een winkel waar ze hun producten rechtstreeks aan klanten verkopen en een correcte prijs kunnen vragen. Een bijkomend voordeel is dat consumenten een beter zicht hebben op de herkomst van hun voeding en er bewuster mee omgaan.

Toch blijft de korte ketenverkoop voorlopig een nichemarkt. Praktische bezwaren staan in de weg. Ten eerste moet je investeren in een winkelruimte. Daarnaast vraagt het ook extra middelen op producten klaar te maken voor verkoop. Zo moet een melkboer niet alleen melk verkopen om rendabel te zijn, maar ook ijs, rijstpap, yoghurt … Het is niet voor elke landbouwonderneming haalbaar om daarvoor het nodige materiaal aan te schaffen. Ten slotte hebben boeren niet altijd de opslagcapaciteit om hun voedingswaren zelf te bewaren.

Gelukkig bestaan er ook andere manieren waarop boeren toch een eerlijke prijs voor hun producten kunnen krijgen. Zo kunnen ze zich verenigen in coöperatieven. Dat maakt het voor een landbouwbedrijf mogelijk om samen dure machines aan te kopen. Ook staan de boeren in een coöperatieve sterker om aan supermarkten een eerlijke prijs te vragen voor hun producten.

Speler of speelbal van de wereldmarkt ?
Of we nu willen of niet: landbouw is in de 21ste eeuw al lang geen lokaal fenomeen meer. Onze boeren spelen mee op de mondiale landbouwmarkt. En het spel is niet eenvoudig. Dat mondiale karakter zorgt in de eerste plaats voor oneerlijke concurrentie. Wie bijvoorbeeld in België tomaten kweekt, moet het in de prijzenstrijd opnemen tegen tomatenproducenten uit Zuid-Europese landen, waar de weersomstandigheden gunstiger zijn.

De vrije markt zorgt er daarnaast voor dat boeren, maar ook consumenten afhankelijk zijn van wat ergens anders wordt geproduceerd. Dat leidt tot absurde situaties. Zo kan je in ons land lang zoeken naar brood gemaakt van Belgisch graan. We gebruiken immers geïmporteerd graan uit Polen. Graan dat in België verbouwd wordt, dient als veevoer. Ook bij de campagne ‘Lekker van bij ons’ van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) zijn kanttekeningen te maken. Het VLAM prijst vlees aan van dieren ‘van bij ons’, maar verzwijgt dat onze dieren gevoed worden met soja uit Zuid-Amerika. De productie van die soja gaat ten koste van het regenwoud en zorgt voor een verregaande bodemuitputting.

Toch is de markt volgens sommigen nog niet vrij genoeg. De onderhandelaars van TTIP (Transatlantisch Trade and Investment Partenership) willen met hun verdrag de handel tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten stimuleren in de hoop economische groei te creëren. Ook de Boerenbond was er tijdens het debat van overtuigd dat een goed handelsakkoord voordelig zou zijn voor onze boeren. Bioforum sprak zich niet uit tégen een handelsakkoord, op voorwaarde dat het niet raakt aan de strenge Europese normen. Bovendien stellen zij zich de vraag wie hier beter van zal worden. De boer … of eerder de retailindustrie ?

België bio ?
Biologische landbouw werkt vanuit respect voor mens, dier en milieu. Bodemvruchtbaarheid staat centraal: de bodem wordt gevoed en niet de plant. Dit kan onder andere door voldoende vruchtwisseling en diversiteit van teelten. Ook moeten bioboeren de kringloop sluiten op regionaal sectorniveau. Mest van biovee moet bijvoorbeeld afgezet worden op bioboerderijen in de buurt. Bestrijdingsmiddelen zijn uit den boze. Het is wel toegelaten om natuurlijke vijanden van planten in te zetten en mechanisch onkruid te wieden. Ziektes worden voorkomen door resistente rassen te kiezen en teelten te diversifiëren. Controleorganen zien er op toe dat de biologische boerderijen deze Europese regels naleven.

Aangezien de biologische landbouw het natuurlijke groeiritme van dieren en planten respecteert, verloopt het productieproces trager en zijn de producten duurder. Toch is 5,8% van de Europese landbouw momenteel biologisch. De vraag overstijgt zelfs het aanbod. Met gemiddeld 0,8% biologische landbouw mist België echter de trein. Boeren voelen zich dus nog gehinderd om voluit voor bio te kiezen. Het feit dat er zo weinig biologische landbouwbedrijven zijn, vormt op zich al een probleem. Als een boer bijvoorbeeld biologisch vlees wil kweken, moet hij zijn vee laten slachten in een biologisch gecertificeerd slachthuis. Vaak moet hij daarvoor verder rijden dan een conventionele boer; niet erg praktisch en duurder.

Toch beweegt er iets in België. Zowel de Boerenbond als de Groene Kring erkennen het belang van duurzame landbouw. Al was het maar omdat minder waterverbruik, meststoffen en bestrijdingsmiddelen de kosten verminderen. Positief nieuws dus dat biologische technieken overgenomen worden in de gangbare landbouw.

Nog hoopvoller is dat sommige conventionele boeren de stap naar biologische landbouw wagen. Zo vertelde landbouwer Thierry Baucarne hoe hij langzamerhand aan het overschakelen is naar biologische landbouw, perceel per perceel. Op de vraag of dat rendabel is, antwoordde Baucarne dat hij de kost van bestrijdingsmiddelen die wegvalt, kan aanwenden om onkruid mechanisch te wieden. Meer nog: de winst op zijn biologisch geteelde groenten is vaak groter. Biologische landbouw kan dus een weg naar een eerlijke prijs voor de boer zijn.

Beleid of burger aan zet ?
Wie kan de pijnpunten uit ons voedselsysteem halen? Tijdens de activiteiten bleek dat het Belgische beleid geen duidelijke keuzes maakt om veranderingen teweeg te brengen. Zo zijn er te weinig middelen om de korte ketenverkoop en de biologische landbouw verder uit te bouwen. Joke Schauvliege verdeelt de budgetten op basis van de grootte van landbouwbedrijven. Biologische landbouw krijgt dus maar een luttele fractie omdat hun aandeel in de totale productie enorm klein is. Zo krijgen bioboeren geen eerlijke kans om zich verder te ontwikkelen. Tijdens het debat verklaarde de Boerenbond dan maar zelf middelen te voorzien voor biolandbouw.

Als het beleid achter blijft, is het aan de consumenten om keuzes te maken. Als zij voor streekgebonden, seizoensgebonden en biologische landbouwproducten kiezen, zal de markt zichzelf ten dele reguleren. Daarnaast moeten klanten de mogelijkheid krijgen een eerlijke prijs te betalen aan de boer. Voedselteams zijn hier al volop mee bezig. Het zijn groepen mensen uit dezelfde buurt die samen hun producten rechtstreeks bij de boer kopen, uit respect voor boer en milieu.

Ook om de discrepantie tussen overproductie en mensen die honger hebben weg te werken, worden projecten op poten gezet. Op de themadag legde de verantwoordelijke van Foodact uit hoe het Kortrijkse OCMW te werk gaat. Vrijwilligers inventariseren enerzijds welke voedingswaren er telkens in de rekken blijven liggen en anderzijds wat de voedselbehoeften van mensen in armoede zijn. Deze twee inventarissen worden op elkaar afgestemd. Op die manier zorgen ze ervoor dat het eten dat anders in de vuilbak belandt, nu nog opgegeten wordt.

Zelfs op het tekort aan landbouwgrond kwam in april 2014 een antwoord van de coöperatie De Landgenoten. Zij kopen via de verkoop van aandelen, via schenkingen en erfenissen landbouwgrond en eventueel bijhorende gebouwen aan. Boeren kunnen daar op een duurzame manier gebruiksrechten van krijgen. Daar zijn twee voorwaarden aan verbonden: ze moeten biologisch gecertificeerd zijn en sterk lokaal georiënteerd zijn.

Manieren genoeg dus om stap voor stap te werken aan een beter voedselsysteem !

Caroline Robberechts


Traduction:

Food for thought
A boire et à manger pour une réflexion délicieuse !

jongGroenBlog01

Le thème principal de Jong Groen cette année alimente de nombreuses conversations au quotidien : « Food for Thought – en route vers une alimentation nouvelle ». Les trois premières activités nous ont fourni beaucoup d’ingrédients utiles pour mieux cerner la problématique, mais elles peuvent aussi parfois avoir prêté à confusion. Il était donc temps de rassembler tout ça dans un dossier cohérent, à déguster sans modération !

Le 12 novembre, nous avons organisé un débat avec pour invitées la porte-parole du Boerenbond et la directrice du BioForum. Elles étaient toutes deux d’accord pour dire que le système alimentaire actuel aurait besoin d’une refonte de grande ampleur, mais leurs divergences de vue étaient claires sur certains points. Elles ont eu beau se montrer ouvertes, mettre de l’eau dans son vin n’a pas suffi.

Par la suite, le 19 décembre, Courtrai a été le lieu d’une journée thématique avec plusieurs orateurs autour de la table: une bénévole de l’association De Landgenoten, une responsable de Foodact, le fermier bio Thierry Baucarne et Sam Magnus, jeune fermier cultivateur de chicons et président du Groene Kring.

Cerise sur le gâteau, Jong Groen a mené des actions dans 7 villes flamandes le 28 décembre sous le slogan Les agriculteurs méritent mieux que ça ! Une question principale, adressée aux passants, était le centre de cette action : Combien gagne un agriculteur ? Beaucoup d’entre eux ignoraient tout simplement que les produits agricoles sont bien souvent vendus à perte.

Des problèmes multiples
La liste des problèmes qui pourrissent notre système alimentaire est terriblement longue. Pour l’instant, de plus en plus d’agriculteurs mettent la clé sous la porte : en moyenne, 25 fermes disparaissent chaque semaine en Belgique. En 10 ans, le nombre d’exploitations agricoles a diminué de 39%. Il se pourrait bien que toutes les exploitations agricoles ferment d’ici 2030, si l’on ne tient pas compte des exploitations de grande taille où le contact entre l’agriculteur et le consommateur est inexistant. Les fermiers ont leurs raisons pour cesser leurs activités, et elles sont nombreuses. Ils ne dégagent déjà qu’un bénéfice minime sur leurs légumes, fruits, viandes, céréales… quand ils ne les vendent pas à perte.

Plusieurs facteurs se cachent derrière cette situation financière précaire. La guerre des prix qui fait rage entre les différentes chaînes de supermarchés est à pointer du doigt, tout comme le système de lock-in. Tous les indicateurs dans la chaine de vente et de production dépendent strictement les uns des autres. Un agriculteur peut très difficilement s’en détacher. Le bœuf blanc bleu belge, une race de vaches élevées pour les rendre aussi grosses que possible, est un exemple révélateur. La plupart des bouchers ne peuvent plus élever d’autres types de viande, ce qui empêche le développement de l’élevage de races alternatives.

Les Belges qui salivent tout de même à l’idée de lancer leur propre exploitation voient leur enthousiasme très vite refroidi. Rien que trouver une surface agricole s’avère bien souvent mission impossible, vu le prix et l’insuffisance de l’offre. Peu de fermiers disposent du capital de départ suffisant pour acheter un sol. Bien souvent, il faut compter sur des membres de la famille déjà agriculteurs.

La surproduction est sans aucun doute un autre problème à régler. L’idée de départ La faim, plus jamais ça était compréhensible au sortir de la 2ème guerre mondiale, mais elle a favorisé la surproduction. Les agriculteurs produisent aujourd’hui plus que ce qu’ils ne vendent. En outre, beaucoup de supermarchés et de ménages gaspillent beaucoup de nourriture. Une situation d’autant plus difficile à digérer quand on sait que certains ménages en détresse restreignent au maximum leurs dépenses alimentaires.

La pression qu’exerce l’agriculture sur l’environnement constitue encore un autre problème de taille. Notre manière de gérer les surfaces agricoles épuise totalement les sols. Les concentrations en pesticides des sols et des récoltes sont, par ailleurs, trop élevées. Ces produits chimiques sont extrêmement nocifs pour l’environnement et l’humanité. La santé de l’agriculteur est la première à en pâtir.

Commerce équitable : une solution aussi pour les agriculteurs belges
De plus en plus de consommateurs attachent de l’importance à rétribuer correctement les agriculteurs pour leur travail. Concrètement, cela implique que l’agriculteur doit être en mesure de dégager suffisamment de bénéfices à la vente de ses produits pour subvenir à ses besoins. Malheureusement, il y a un fossé entre ces rêves et la réalité. Nous faisons 90% de nos achats dans des supermarchés, et c’est là que le bât blesse. Pour proposer à leurs clients le prix le plus attractif, les supermarchés mettent les agriculteurs sous pression afin qu’ils acceptent de vendre leurs produits à perte. Les agriculteurs n’ont plus le choix : les prix proposés par la grande distribution sont à prendre ou à laisser. En cas de refus, les supermarchés se tournent bien vite vers d’autres fournisseurs prêts à accepter le prix qu’ils proposent.

Il existe une solution très simple pour résoudre ce problème : acheter directement chez l’agriculteur. Les circuits courts de produits agricoles se répandent. Certaines exploitations agricoles aménagent un magasin où les agriculteurs vendent directement leurs produits aux clients de façon à en obtenir un prix correct. Ces circuits courts permettent également aux consommateurs de se faire une meilleure idée de la provenance de leur nourriture et d’ainsi adopter un mode de consommation plus responsable.

Les circuits courts ne sont cependant pas encore assez développés aujourd’hui. Des questions pratiques compliquent bien souvent les choses. Il est d’abord nécessaire d’investir dans un espace de vente et de l’aménager. Les agriculteurs doivent également prévoir des moyens pour rendre les aliments propres à la vente et pour proposer un ensemble cohérent. Un laitier ne peut par exemple pas se limiter à la vente de lait pour être rentable : il doit également proposer de la glace, du riz au lait, du yaourt… Tous ne peuvent pas se permettre d’acheter le matériel nécessaire à la production d’une telle variété de produits. Ils ne disposent en plus pas tous de l’espace nécessaire pour stocker leur production.

Heureusement, d’autres systèmes permettent aux agriculteurs d’être correctement rétribués pour leurs produits. Ils peuvent par exemple se réunir pour constituer une coopérative. Sous cette forme d’organisation, ils peuvent acheter ensemble des machines au prix d’achat prohibitif pour un agriculteur seul. Une coopérative leur permet également d’être dans une position plus favorable au moment de proposer leurs produits à la grande distribution.

Les agriculteurs, acteurs ou victimes du marché mondial ?
Qu’on le veuille ou non, l’agriculture du 21ème siècle est bien loin du phénomène local. Nos fermiers se retrouvent propulsés sur le marché agricole mondial, et cette position est loin d’être évidente. Ce caractère mondialisé du marché agricole est à l’origine d’une concurrence déloyale. Pour ne citer qu’un exemple, un agriculteur qui cultive des tomates se retrouve bien souvent confronté à la concurrence de producteurs de tomates dans des pays du sud de l’Europe, où les conditions climatiques sont bien plus favorables.

Le marché libre crée des dépendances, tant pour les agriculteurs que les consommateurs. Ils dépendent de la production d’exploitations agricoles à travers le monde, avec des situations absurdes pour résultat. En Belgique, les consommateurs à la recherche de pain fabriqué à base de céréales belges peuvent rester très longtemps sur leur faim. On recourt en effet bien souvent à des céréales importées de Pologne. Les céréales cultivées en Belgique finissent pour leur part dans la nourriture du bétail. Même la campagne Lekker van bij ons (Délicieux et bien de chez nous) du Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM, Fresh From Belgium en français) n’est pas exempte de tout reproche. Le VLAM promeut la viande de chez nous, tout en taisant l’origine du soja qui leur sert de nourriture, souvent produit en Amérique du Sud. La production de ce soja a des conséquences très négatives pour la forêt tropicale et favorise l’épuisement des sols.

Certains diront pourtant que le marché n’est pas encore assez libre. De part et d’autre de l’Océan Atlantique, les négociateurs du TTIP (Partenariat transatlantique de commerce et d’investissement) souhaitent conclure ce traité afin de stimuler le commerce entre les deux continents et ainsi donner un coup d’accélérateur à la croissance économique. Lors de nos débats, le Boerenbond s’est clairement exprimé en faveur d’un bon accord de libre-échange, qui serait, selon cette association, favorable à nos agriculteurs. Bioforum n’est pas contre le principe d’un accord de libre-échange, à condition qu’il ne mette pas en péril les normes européennes. L’association se demande toutefois à qui profiterait vraiment un tel accord : à l’agriculteur ou à la grande distribution ?

La Belgique, un pays bio ?

Le respect de l’Homme, des animaux et de l’environnement sont les principes de base de l’agriculture biologique. La fertilité des sols est primordiale : on nourrit les sols, pas les plantes. Une rotation et une diversité suffisante des cultures sont des ingrédients indispensables pour garantir une bonne fertilité de ces sols. Les fermiers bio doivent également devenir une sorte de lien entre les différentes exploitations du même secteur au niveau régional. Le fumier du bétail bio doit par exemple être évacué dans des fermes bio à proximité. Il faut absolument éviter les pesticides de toutes sortes et se tourner plutôt vers les moyens naturels ou mécaniques pour se débarrasser des mauvaises herbes. Le choix de cultures résistantes et diverses permet d’éviter les maladies. Des organes de contrôle s’assurent que les fermes biologiques respectent bien ces règles européennes.

L’adéquation de l’agriculture biologique au rythme de la croissance naturelle des animaux et des plantes ralentit la production et augmente le prix de ces produits. Ces contraintes ne sont cependant pas prohibitives : pas moins de 5,8% de l’agriculture européenne est biologique. La demande s’élève d’ailleurs bien au-dessus de l’offre. Avec un pourcentage de 0,8% seulement, la Belgique est à la traîne. Les agriculteurs manquent encore d’incitants pour passer à l’agriculture biologique. Le manque d’exploitations agricoles bio est déjà un problème en soi. Il manque également d’infrastructures certifiées bio. Pour pouvoir élever de la viande bio, les agriculteurs doivent amener leur bétail dans un abattoir certifié biologique. Ils doivent faire un plus long trajet pour en trouver un, ce qui est loin d’être pratique et abordable.

Tout n’est pas figé pour autant en Belgique. Aussi bien le Boerenbond que le Groene Kring reconnaissent l’importance de l’agriculture durable. Rien que dans une optique purement économique, elle a de nombreux avantages : la diminution de la consommation d’eau, de fumier et la suppression des pesticides chimiques réduisent les coûts. L’utilisation de techniques issues de l’agriculture biologique dans l’agriculture traditionnelle constitue déjà un pas dans la bonne direction.

Certains agriculteurs traditionnels envisagent sérieusement de passer à une exploitation biologique, et c’est un autre signal encore plus positif. Thierry Baucarne a par exemple expliqué qu’il passe progressivement à l’agriculture biologique, parcelle par parcelle. Quand on lui a demandé si c’était rentable, il a répondu qu’il utilisait l’argent dépensé auparavant dans les pesticides chimiques pour enlever les mauvaises herbes mécaniquement. Ce n’est pas le seul avantage : il gagne souvent plus d’argent avec les légumes bio qu’avec les légumes issus de l’agriculture conventionnelle. L’agriculture biologique peut donc être un moyen de garantir une rétribution convenable à l’agriculteur pour son travail.

Le politique ou le citoyen : à qui la main ?
Qui peut déclencher un vrai changement dans notre système alimentaire ? Il est ressorti de nos débats que les autorités belges ne font pas de choix suffisamment clairs que pour y arriver. Les circuits courts et l’agriculture biologique manquent cruellement des moyens nécessaires pour développer ces activités. Joke Schauvliege, ministre de l’Environnement en région flamande, répartit les budgets uniquement en fonction de la taille des exploitations agricoles. Les exploitations biologiques ne reçoivent donc qu’une part infime de ces budgets vu leur très faible proportion dans la production totale. Par conséquent, les fermiers biologiques ne reçoivent pas les outils nécessaires à leur développement. Le Boerenbond a d’ailleurs expliqué pendant les débats qu’il partait tout seul à la recherche de moyens pour l’agriculture biologique.

Quand l’action des pouvoirs publics laisse à désirer, il reste au consommateur une arme de taille : faire les bons choix. Si les consommateurs optent pour des produits agricoles locaux, de saison et biologiques, le marché s’adaptera partiellement de lui-même. Les clients doivent également avoir l’occasion de rétribuer correctement le fermier. Des équipes alimentaires ont déjà pris cette problématique à bras le corps. Constituées de différentes personnes du même quartier, elles achètent en groupe leurs produits directement auprès du fermier, par respect pour son métier et pour l’environnement.

Des projets de toute sorte s’organisent pour combattre la disparité entre la surproduction et les gens en manque de nourriture. Lors de la journée thématique, la responsable de Foodact avait par exemple expliqué la façon de fonctionner du CPAS de Courtrai. Des volontaires y ont répertorié d’une part les denrées qui ne trouvaient pas preneurs dans les rayons et d’autre part les besoins alimentaires de personnes dans le besoin. Ces deux inventaires sont comparés afin que les produits surnuméraires atterrissent plutôt dans l’assiette de personnes pauvres qu’à la poubelle.

En 2014, l’association De Landgenoten a même réussi à trouver une solution pour le manque de terrains agricoles. Elle achète des terrains agricoles et les éventuels bâtiments attenants grâce à la vente d’actions, à des dons et à des héritages. Des agriculteurs peuvent ensuite obtenir des droits d’exploitation de manière durable. Deux exigences conditionnent l’accès à ces terres : les exploitations doivent y être certifiées biologiques et orientées vers un circuit local.

S’il y a bien une chose à retenir de ce petit inventaire fourni mais non exhaustif : on a des cartes en main pour améliorer notre système alimentaire !

Vertaling : Lucas Bernaerts


Jong Groen pleit voor wettelijke erkenning van vriendschap

pictoCarteBlancheStel, je bent enig kind. Je vader en je moeder zijn overleden, veel familie heb je niet. Voor jou is dat geen probleem, je hebt een druk sociaal leven en veel vrienden waar je op kan rekenen. Alleen kunnen die vrienden niet genieten van de voordelen waar je familieleden recht op zouden hebben. Een dag verlof voor je huwelijk, bijvoorbeeld, of tijdskrediet voor mantelzorg als je ziek wordt.

Onze maatschappij evolueert constant. Familie is niet langer de enige hoeksteen van de samenleving. Ook vrienden spelen een steeds belangrijkere rol. Helaas word deze realiteit nog niet weerspiegeld in de wet. Als Yessin trouwt, heeft Jan, zijn beste vriend én getuige, geen recht op een dag klein verlet, in tegenstelling tot Yessins broer.

Het wettelijk vacuüm dat hier opduikt zou opgevangen kunnen worden door bric-a-brac overal uitzonderingen en wetten op maat bij te maken. Maar zou het niet beter zijn om een simpel wettelijk concept te creëren voor vriendschap ?

Concreet stelt Jong Groen voor om erkende vrienden gelijk te stellen aan broers of zussen, een verwantschap in de 2de graad dus.

Dit maakt het voorstel gemakkelijk te implementeren: we werken verder op een reeds bestaand statuut en verhinderen zo een wildgroei aan nieuwe wetten voor specifieke uitzonderingen.

Uiteraard is wettelijke vriendschap wederkerig: beide vrienden moeten hun vriendschap registreren. Om misbruik tegen te gaan, kan je maximaal drie wettelijke vrienden hebben. Om diezelfde reden krijgt je wettelijke vriend ook pas erfrechten na drie jaar. Vriendschappen registreer je immers in de eerste plaats om elkaar te kunnen bijstaan in goede en slechte tijden. Een wettelijke vriendschap moet om de vijf jaar door beide partijen hernieuwd worden, zoniet vervalt de erkenning. Mocht het tussen de beste vrienden om één of andere reden toch mislopen, kan de registratie wel eenzijdig opgezegd worden.

Céline Van Den Abeele


Woordenschat

  • Wettelijke erkenning: reconnaissance légale
  • Stellen: placer, poser, imaginer que
  • Vrienden waar je op kan rekenen: des amis sur qui tu peux compter
  • Genieten: bénéficier, profiter
  • Huwelijk: mariage
  • Mantelzorg: prise en charge, soins
  • Maatschappij: société
  • Hoeksteen: pierre angulaire
  • Samenleving: vie sociale
  • Getuige: témoin (de mariage)
  • In tegenstelling: contrairement à
  • Opvangen: accueillir, recevoir, intégrer
  • Uitzonderingen: exceptions
  • Gelijk te stellen aan: assimiler à
  • Verwantschap: parenté, lien, affinité
  • Wederkerig: réciproque
  • Om misbruik tegen te gaan: pour empêcher l’abus
  • Erfrechten: droits de succession

Michaël Horevoets

Minder vluchtelingen ? Pak klimaatproblematiek aan !

pictoCarteBlanchecartesBlanchesYGDe regering nam eind oktober enkele maatregelen om de keuze van vluchtelingen voor ons land te ontmoedigen. Jong Groen stelt voor het probleem bij de oorzaak aan te pakken.

Jong Groen organiseerde op zaterdag 24 oktober een themadag over klimaat. De wetenschappelijke bevindingen over klimaat zijn alom bekend, daarom gooiden we het eens over een andere boeg. Aan bod kwam de link tussen klimaat en conflict.

Eind oktober besliste onze regering dat vluchtelingen vanaf nu onze Westerse waarden en normen moeten ondertekenen. Hun verblijfsrecht wordt beperkt tot 5 jaar. Symbolische maatregelen om de vluchtelingenstroom naar België te ontmoedigen. Jong Groen wil hier verder in gaan: vermijden dat mensen op de vlucht slaan, nu, maar vooral ook in de toekomst. Hoe? Door het aanpakken van klimaatverandering.

Vaak onderbelicht, maar klimaatverandering is één van de oorzaken van het conflict in Syrië. Het vruchtbare platteland van Syrië werd tussen 2006 en 2010 geteisterd door een nooit geziene droogte. Gevolg was honger, plattelandsvlucht, steden die uit hun voegen barsten en de toestroom van boeren niet konden voeden noch te werk stellen. Dit alles, gecombineerd met een politieke dictatuur die niet reageerde op de noden van de bevolking, veroorzaakte de Syrische oorlog, met de enorme vluchtelingenstroom als gevolg.

Om de vluchtelingenproblematiek écht aan te pakken, is een ambitieus en bindend klimaatakkoord nodig. Precies datgene wat op de agenda staat van de COP 21 in Parijs, die eind volgende maand begint. Jong Groen doet alvast enkele suggesties aan de Belgische delegatie: ijver in de lichtstad voor 60% minder CO2-uitstoot tegen 2030, voor 35% hernieuwbare energie, voor 40% energiebesparingen. Na jullie mislukte akkoord van dit weekend, kan dit misschien het schaamrood op jullie wangen wat wegwerken, waarde klimaatministers. In de straten van Parijs zullen 10 000 Belgen lopen die jullie daarin ondersteunen.

Céline Van Den Abeele

Woordenschat

  • vluchteling (de) : réfugié
  • aanpakken : saisir, s’attaquer à
  • ontmoedigen : décourager, démotiver
  • het over een andere boeg gooien : changer de cap [expression]
  • waarde (de) : valeur
  • verblijfsrecht (het) : droit de séjour
  • op de vlucht slaan : prendre la fuite [expression]
  • klimaatverandering (de) : changement climatique
  • onderbelicht : méconnu
  • platteland (het) : campagne, régions rurales
  • teisteren : ravager
  • uit zijn voegen barsten : exploser [expression]
  • bindend : contraignant
  • alvast : déjà, en attendant
  • ijver (de) : zèle, ardeur
  • lichtstad (de) : Ville Lumière (Paris)
  • mislukken : échouer
  • het schaamrood op jullie wangen (wat) wegwerken : faire (quelque peu) disparaître la rougeur de la honte de vos joues [expression]
  • ondersteunen : soutenir

Simon Deleruelle

(W)arme samenleving

pictoCarteBlancheDe decenniumdoelstellingen, een netwerk van verschillende organisaties die zich bezighouden met armoede en sociale kwesties in Vlaanderen en Brussel, trokken begin dit jaar aan de alarmbel. Armoede is immers vaak niet iemands eigen schuld, maar het resultaat van tal van factoren. De regeringsmaatregelen dreigen het risico op armoede nog meer te vergroten. Om tegengewicht te bieden aan deze barslechte signalen, zag Jong Groen een goede reden om een jaartraject rond armoede en sociale uitsluiting te organiseren.

Een werkgroep werd opgericht en werkte een ruwe tekst uit om de visie en de standpunten van Jong Groen scherp te stellen. Alle leden en afdelingen waren uitgenodigd om deze tekst grondig te herbekijken en om amendementen in te dienen, die uiteindelijk tot een uitgewerkt standpunt leiden. Dit gebeurde op zaterdag 18 april, toen verzamelden Jong Groenen overal te lande in Leuven voor het eindpunt van dit traject: het congres!

Na veel wikken en wegen, pittige debatten en vurige discussies werd standpunt per standpunt gestemd tot een herwerkte tekst. Het resultaat is een hele reeks beleidsvoorstellen om het eeuwenoude probleem van armoede en sociale ongelijkheid aan te pakken.

Zo toont Jong Groen zich op lange termijn voorstander van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Dit geeft mensen niet enkel zekerheid op financieel vlak, maar zorgt er ook voor dat mensen heel wat meer kansen kunnen grijpen; door zich bijvoorbeeld vrijwillig te engageren, bij te scholen …

We pleiten ook voor de oprichting van een Gemeenschapshuis, een centrale plaats waar elke sociale dienst op een laagdrempelige manier wordt aangeboden. Daarnaast stellen we ook voor om in gratis basisgezondheidszorg te voorzien, een absoluut recht op een kwalitatieve woning, toegankelijk openbaar vervoer en een onverhoogd studiegeld om ieders kansen in het Hoger Onderwijs te waarborgen.

Onbetaalbaar? Toch niet! Er werd ook een financiële transactietaks goedgekeurd, die geldt op het verhandelen van aandelen, obligaties en wisselkoersen. Een doordeweekse consument voelt daar eigenlijk niet zo veel van. Ook een vermogenswinstbelasting leek ons een ideale piste voor herverdeling, samen met een verhoogde aandacht voor de strijd tegen alle vormen van fraude.
Jong Groen kiest dus resoluut voor een warme samenleving, waar het voor iedereen mogelijk is om alle kansen te grijpen, en waar armoede en sociale ongelijkheid geen plaats meer heeft.

Brendan De Baets


Woordenschat

  • zich bezighouden (+met) : s’occuper (de)
  • de armoede : la pauvreté, la misère
  • [uitdrukking] de alarmbel trekken : [expression] tirer la sonnette d’alarme
  • de uitsluiting : l’exclusion
  • scherp stellen : mettre au point
  • onvoorwaardelijk : inconditionnel
  • basisinkomen : revenu de base
  • [uitdrukking] de kans grijpen : tenter, saisir sa chance
  • laagdrempelig : à la portée de tous, accessible à tous
  • het verhandelen (van) : le commerce, le négoce
  • doordeweeks : de la semaine
  • vermogenswinstbelasting : impôt sur la plus-value
    (vermogen : fortune | winst : gain, plus-value | belasting : impôt)

Simon Deleruelle

Een nieuw werkjaar voor Jong Groen

pictoCarteBlancheOp dinsdag 9 september werd het nieuwe bestuur van Jong Groen verkozen. De nieuwe ploeg wordt geleid door twee sterke vrouwen: Céline Van den Abeele en Eline Deblaere. Herverkozen bestuursleden zijn Gert-Jan Abrams als afdelingsverantwoordelijke en Jan Keustermans als internationaal secretaris. Nieuw in het bestuur zijn Brendan De Baets, Dries Valgaeren, Ikrame Kastit en Mattijs Van Miert. De quota maakten het ons dit jaar wat moeilijk, maar met een beetje vertraging zijn we zeer blij Sielke Eeckhout voor te stellen, als gewoon bestuurslid.

Het bestuur plant een stevig inhoudelijk programma dit jaar. Zo willen we een alternatief voorstellen op het harde, rechts beleid dat België en Vlaanderen te wachten staat de komende vijf jaar. We plannen activiteiten en themadagen rond het gevangeniswezen in België, een project waar jullie van écolo j al heel wat werk rond gedaan hebben.

Want hoe is het mogelijk dat België zo vaak op de vingers wordt getikt over de slechte omstandigheden in onze gevangenissen. Een groot deel van de gevangenen is niet geholpen met een gewone gevangenisstraf. Toch blijven we te veel gedetineerden eenzaam opsluiten, zonder de nodige extra geestelijke gezondheidszorg. Overbevolking, stakingen en veel te weinig psychiatrische hulp zorgen voor schrijnende toestanden. Menswaardig kun je het niet noemen voor een ontwikkeld land. Wij willen met een themadag onderzoeken hoe we justitie kunnen verbeteren. Hoe alternatieve straffen er uit kunnen zien en hoe de zorgverlening verbeterd kan worden.

Andere themadagen die de we organiseren zullen gaan over het vrijhandelsakkoord tussen de Verenigde Staten en Europa. Twee themadagen rond media enethiekzijn ook ingepland. Het Herfstweekend in Neerpelt, waar alle écoloj’ers van harte welkom zijn, staat in het teken van democratie. We proberen dan samen een antwoord te zoeken op vragen hoe de natuur in een democratie vertegenwoordigd kan worden,hoe we de economie democratischer maken en welke invloed het internet heeft op democratie en participatie.

Ons congres zal draaien rond armoede en sociale ongelijkheid. Als kers op de taart sluiten we ons werkjaar af met een internationale vijfdaagse. In deze vijfdaagse zullen een antwoord zoeken op de vraag welke plaats die Europa moet innemen in de nieuwe wereldorde van de 21ste eeuw. Jullie zijn zeker welkom op al onze activiteiten.

Wil je meer info ? Neem dan een kijkje op www. jonggroen.be/jaarplan.

Brendan De Baets

Woordenschat

  • het bestuur : le conseil d’administration /bureau
  • stevig Inhoudelijk programma (het) : un programme ayant un contenu solide
  • het gevangeniswezen = le régime des prisons ou régime carcéral
  • iemand op de vingers tikken = taper sur les doigts de quelqu’un
  • menswaardig = conforme à la dignité humaine
  • de zorgverlening = l’administration des soins
  • vrijhandelsakkoord (het) = l’accord de libre échange
  • rond iets draaien = tourner autour de

Oriane Todts